Overleven op de middenstreep

Deze blogpost bevat affiliate links. Dat betekent dat ik een kleine commissie kan ontvangen als je via mijn link iets aanschaft, zonder dat het jou iets extra kost. Alles wat ik link, gebruik ik zelf of heb ik persoonlijk getest.

Na de hele nacht de hostel kamer voor mezelf te hebben gehad, riep Adriano, de eigenaar, me uit mijn kamer: ´Annemarie, breakfast´. In het midden van de kleine keuken stond een grote eettafel klaar, met daarop al een klaargemaakt bordje voor iedere gast. Brood, gebakken eieren welke zwart zagen van de peper, alsof hij wist dat ik daar van hou, kleine kipworstjes, tomaatjes en een yoghurtachtige dip. Aan de tafel zat al een interessante diversiteit aan medegasten, die in stilte hun eigen bordje aan het nuttigen waren. Toch hing er iets vriendelijks in die stilte. Zorg, misschien, op z’n Albanees: weinig woorden, goed eten.

Na het ontbijt belde Emilianio, de verhuurder van de auto. Een klein, rond, kaal, mannetje. Net een Michelin mannetje, precies de kerel die je verwacht als autoverhuurder. Ik heb de auto gehuurd bij Rentfromlocals, een platform dat kleinere lokale aanbieders samenbrengt en zo vaak lagere prijzen biedt dan de grote ketens. Je hebt hier tevens ook direct contact met de verhuurder, maar met de garantie in veiligheid en kwaliteit van het bemiddelende platform. Ik moest in alle haast mijn spullen pakken en meteen wegrijden, want er was geen plek in de drukke straten van Tirana om de auto ergens te kunnen parkeren.

Eigenlijk zou ik een Ford Focus krijgen, maar die was nog in de garage. Een ongeluk met de vorige huurder. In plaats daarvan stond er een Volkswagen Golf klaar, welke zo te zien tevens het nodige had meegemaakt. Voordat ik wegging had ik ook al het een en ander gelezen over het verkeer, en met name de verkeersongelukken in Albanië. Onder andere over de Nederlandse Perry, die tijdens een vakantie in Albanië dagen vastzat en tienduizenden euro’s moest betalen na een aanrijding. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt sinds kort te waarschuwen voor arrestaties bij verkeersongevallen en kan na zo’n gebeurtenis niet altijd consulaire bijstand bieden omdat Albanië niet onder de Europese Unie valt. Ik maak een klein schietgebedje en hoop over 2 weken zonder kleerscheuren of Albanees strafblad weer de stad in te rijden. En dan gelieve niet in gevangenenvervoer.

Na een halfuurtje liet ik Tirana achter me met een mengeling van opluchting en verwarring. In Tirana zijn er nauwelijks wegmarkeringen, en waar ze wél staan, rijdt iedereen precies over de middenstreep. Richtingaanwijzers lijken collectief kapot, en de snelheidsborden zijn puur ter decoratie. Ik ga richting het noorden, naar de Albanese Alpen. Naar het plaatsje Theth om precies te zijn, om daar een flinke hike te maken. Hier zal ik later meer over uitweiden.

Voordat ik mijn weg vervolg, maak ik nog een stop bij een supermarkt vlak buiten de stad. De supermarkt deed Italiaans aan. Glimmende zakken pasta, espresso-potten en natuurlijk die grote verpakkingen met cakejes en koekjes die eruitzien alsof ze eeuwig houdbaar zijn. Je vindt in Albanië veel Italiaanse invloed terug. Dit komt door de geografische nabijheid en maar ook doordat veel Albanezen Italië ten tijde van het communisme als een symbool van het Westen zagen.

De stad loste langzaam op in de achteruitkijkspiegel. Het landschap trok zich open, alsof Albanië eindelijk zijn ware gezicht liet zien. Na zo’n 2 uur, ongeveer 100 kilometer, bereikte ik Shkodër. Een van de oudste steden van Albanië is, met rijke cultuur, aan de rand van het Meer van Shkodër, en een poort naar de bergen. Tot aan hier aan toe reed ik op snel- en provinciale wegen, maar daarna begon de weg zich te vernauwen tot smalle linten asfalt waar geen twee auto’s langs elkaar pasten. Bij elke tegenligger moest ik de berm in, die niet bestond uit gras maar uit dikke stenen en los grind. Het was nogmaals 2 uur lang een constante dans: sturen, uitwijken, terug op de weg. Halverwege de rit liep plots een groep varkens traag over het wegdek. Ze keken me onverstoorbaar aan, alsof ik degene was die niet hoorde in hun bergdorp.

Ik hield een stop bij een klein restaurantje langs de route. Een houten terras met uitzicht over de hellingen. De plek deed me denken aan de weg door de bergen richting Pai in Thailand: dezelfde ontspannen sfeer, een plek waar de tijd lijkt stil te staan. Een meisje van zeventien serveerde me gitzwarte koffie in een klein kopje, dat zo te zien al aan vele monden heeft gestaan.

De bergpas werd steeds steiler en de lucht kouder. Het was mijn eerste keer zelf rijden in de bergen, maar het viel niet tegen. Gelukkig is het golfje een automaat. Misschien moet ik haar maar een naam geven? De zon zakte langzaam weg en de schemer viel precies toen de contouren van Theth verschenen.

De weg naar Theth

Mijn hotel lag verscholen achter een ander hotel. De weg om daar te komen was zo smal, dat ik achteruit het erf moest oprijden, tussen de stenen muurtjes door. De zoon van de eigenaar ontving me kort, en wees me mijn kamer. Een compacte driepersoonskamer met houten bedden en wanden, alsof je in een knus Oostenrijks berghotel terecht was gekomen. De badkamer was typisch Albanees: douche en wc in één zonder scheiding. Alles nat na één douchebeurt.

Buiten kleurden de bergen roze in de laatste zonnestralen. Ik bleef nog even buiten zitten, totdat de ijzige kou het niet meer dragelijk maakte. Ik besloot niet meer de deur uit te gaan voor eten. Te moe om nog te rijden, en de wegen hier garanderen het je niet in het donker je eindbestemming te halen. Dus schoof ik aan in het met priklicht versierde prieeltje, in het midden van de tuin van het hotel. Ik nam plaats, en een oudere heer, waarschijnlijk de eigenaar, begon gerecht na gerecht aan te dragen, telkens met een brede warme glimlach alsof hij trots was op elk bord dat hij presenteerde. De gerechten bestonden uit aardappelsoep, brood, blokken schapenkaas, een yoghurt dip met komkommer (tarator), salade, kip, fruit, een ovengerecht van aardappel en kaas. Waarschijnlijk nog meer, maar ik op een gegeven moment raakte ik de tel kwijt. Tien borden, misschien meer. Het was zo overvloedig dat ik de helft niet eens op kreeg.

De dag eindigde zoals hij begon: met stilte, zorg en een volle tafel. Morgen wacht de klim, vannacht waken de bergen.